Propulsare

Daar zit ik dan, zoals jaren geleden in de trein naar de stad waar ik nu woon en waar ik ooit studeerde. Het is al laat in de avond. Ik kijk naar buiten en zie door het raam het herfstig donker. Af en toe neem ik een verzameling lichten van een stad waar of ik zie een bewegende slinger lichten van auto’s die zich op dit tijdstip naar huis spoeden. In de weerspiegeling van het raam zie ik de weinige passagiers lezend in een boek en nog meer op hun telefoon, een enkeling kijkt slechts peinzend voor zich uit.

Het is zoals toen, het voelt als toen. 

In het zwarte buiten bedenk ik mijn wereld, mijn verleden, mijn vergeten of verdrongen herinneringen. In de weerglans van het raam zie ik verderop twee passagiers tegenover elkaar zitten. Ik fantaseer dat ik mezelf in die twee herken, de ander mijn gezelschap van toen. Een weerspiegeling in een raam als symbool voor het verleden, voor de wereld waarin ik leefde, bewaard in heldere gedachten. Ik herinner mij dat ik op dit traject tussen de twee steden tijdens gesprekken met mijn reisgenoot wegkeek, het liefst dwaalde mijn blik af naar het donkere buiten. In de weerspiegeling van het raam kon ik mijn gesprekspartner die het liefst tegenover mij zat observeren. Het wegkijken gaf mij ruimte om na te denken over antwoorden en nieuwe vragen. Ik wilde vooral wegkijken om na het soms lange ontwijken zijn blik weer te vatten. Zo smolten verhalen van een verleden samen met de weerspiegeling. Hierna kon ik mij losmaken uit mijn gedachten en aan hem vastklampen door hem aan te kijken. En zoals hij zei, hij aan mij...

Ik weet niet of mijn herinneringen nog helder genoeg zijn, of de opnames duidelijk zijn, of mijn fantasie voldoende is, of ik de passende woorden voor mijn verhaal kan vinden. Ik maak haast voordat zij verder vervliegen. De grenzen van mijn taal worden de grenzen van mijn wereld. Ik stel echter voorop dat ik geen van de dingen die ik ga vertellen met zekerheid beweer dat het exact zo was als ik ga schrijven. Eén ding weet ik onomstotelijk zeker, ik ga eindelijk de verhalen die Mats vertelde opschrijven. Ik ga de andere visies verwoorden, desnoods zoek ik de andere personages nog een keer op en vraag uit eerste hand hun ervaringen.

Het gaat een boek, een roman, worden: Geen Verweer óf Familia Permixtos. Door het op te schrijven en te herlezen, lees ik mezelf, zal ik mijzelf weer tegenkomen. De lezer die over Mats gaat lezen, zal zichzelf lezen.

Help ik moet loslaten. 8 handige tips !

Preview 1e druk, hoofdstuk “Propulsare”

Home: Geen Verweer

Fragment 2: Rhaid

Fragment 3: Verse Rozen

Fragment 4: Finis