
Met Hiernogmaals levert Harm Hakkoer een ambitieuze en gevoelige roman af over liefde, verlies, herinnering en de levens die hadden kunnen zijn. Het verhaal begint met de vijfennegentigste verjaardag van Dante, die weet dat zijn leven ten einde loopt. Wanneer een brief uit Zuid-Afrika arriveert van zijn jeugdliefde Marijke, wordt een verleden geopend dat meer dan vijfenzeventig jaar verborgen aanwezig is gebleven.
De grote kracht van de roman schuilt in de manier waarop Hakkoer de vraag wat zou er gebeurd zijn als… door het hele verhaal laat resoneren. De brief van Marijke vormt het hart van de roman. Haar bekentenis dat zij haar hele leven trouw is gebleven aan een liefde die nooit helemaal verdween, behoort tot de meest aangrijpende passages van het boek. Ook Dante wordt gedwongen terug te kijken op keuzes die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, maar die hun emotionele kracht nooit verloren hebben.
Hakkoer schrijft in een rustige, beschouwende stijl. De roman neemt de tijd voor gesprekken, herinneringen en filosofische overpeinzingen. Dat maakt Hiernogmaals niet tot een boek dat drijft op spanning of plotwendingen, maar tot een roman die uitnodigt tot nadenken. Thema’s als vergeving, waarheid, familiegeheimen, ouder worden en sterven keren voortdurend terug. De auteur durft daarbij ook spirituele en existentiële vragen een plaats te geven.
Bijzonder geslaagd zijn de scènes rond Dante’s laatste levensdagen. De beschrijvingen van afscheid, oude liefde en sterfelijkheid zijn ingetogen en oprecht. Wanneer Dante overlijdt, weet Hakkoer een sfeer van rust en verbondenheid op te roepen zonder sentimenteel te worden.
Het slot, waarin Elisa besluit het verhaal van haar moeder, Dante en Beatrice op te schrijven, geeft de roman een mooie cirkelstructuur. Verleden en heden raken elkaar, en het besef groeit dat niet elk gemis hoeft te worden opgelost om vrede te vinden.
Hiernogmaals is een warme, melancholische roman over liefde die de tijd overleeft en over de moed om uiteindelijk in het reine te komen met wat had kunnen zijn.
Ruben Sterrenburg