De liefde eerst gered, moet vergeten

Soms verandert een tweede roman de eerste.

Niet omdat het verhaal wordt herschreven, maar omdat je als lezer gedwongen wordt terug te kijken. Wie Geen Verweer heeft gelezen en daarna Memento openslaat, ontmoet opnieuw Hanna en Mats. Alleen is de vraag niet langer: houden deze twee mensen stand tegen de buitenwereld? De vraag wordt pijnlijker:

Wat blijft er van een liefde over wanneer één van beiden haar zich niet meer herinnert en de ander haar liever niet meer wil herinneren?

Daarmee vormen Geen Verweer en Memento voor mij veel meer dan twee opeenvolgende verhalen. Ze spiegelen elkaar. De eerste roman gaat over verzet tegen mensen die een liefde willen vernietigen. De tweede onderzoekt iets radicalers: misschien is vergeten soms een betere verdediging dan vechten.

Hanna kiest

In Geen Verweer begint het verrassend licht. Hanna denkt tijdens het hardlopen aan Mats. Hij loopt als het ware met haar mee, omdat hij al in haar hoofd zit. Ze heeft haar vrijheid na haar scheiding gekoesterd en haar omgeving duidelijk gemaakt dat een latrelatie voorlopig het hoogst haalbare is. En dan verschijnt Mats. Haar broer waarschuwt haar dat ze er goed over moet nadenken — eigenlijk dat ze het níét moet doen. Hanna ergert zich aan die bemoeienis.

Dat kleine begin bevat achteraf bijna de hele tragedie.

Hanna kiest namelijk niet alleen vóór Mats. Door voor Mats te kiezen, kiest ze ook tegen verwachtingen die kennelijk al voor haar klaarlagen.

De liefde wordt daardoor een daad van autonomie.

Later wordt dat expliciet. De verteller beschrijft hoe Hanna’s huwelijk met Mats haar bevrijdt van de beklemming van haar familie. Met Mats krijgt haar zoektocht naar zichzelf een andere richting; de oude familiaire ordening en haar vertrouwde plaats daarin verliezen hun vanzelfsprekendheid.

En precies daarom is Mats zo bedreigend. Niet noodzakelijk vanwege wie hij is. Maar vanwege wie Hanna naast hem wordt.

Dat vind ik een van de sterkste onderstromen van Geen Verweer. De strijd draait ogenschijnlijk voortdurend om Mats: is hij betrouwbaar, deugt hij, is hij geschikt voor Hanna? Maar daaronder ligt een andere strijd. Hanna eigent zich het recht toe haar eigen leven te definiëren.

De familie verzet zich daartegen. En zo wordt liefde politiek op de kleinst denkbare schaal: aan de keukentafel.

Iedereen heeft verweer. Behalve Mats.

De titel Geen Verweer krijgt daardoor steeds meer betekenissen. Mats en Hanna verdedigen zich voortdurend. Ze praten, herstellen conflicten, zoeken toenadering en proberen incidenten achter zich te laten. Hanna beschrijft uiteindelijk zelfs het gevoel dat zij moet kiezen tussen Mats en haar familie. Haar antwoord lijkt dan ondubbelzinnig: Mats is geen narcist, zegt ze, en zij zal niet voor haar familie kiezen ten koste van hem.

Maar tegenover die pogingen tot herstel staat een familie die niet loslaat. In een onthutsende passage wordt zelfs besproken hoe Mats van Hanna moet worden ‘losgeweekt’: Hanna moet worden teruggewonnen en Mats doodgezwegen en genegeerd. 

Het woord ‘verweer wordt daardoor wrang.

Want hoe verdedig je je tegen een werkelijkheid waarin niet meer over gebeurtenissen wordt gesproken, maar over jouw karakter? Tegen insinuaties? Tegen een verhaal over jou dat door anderen steeds opnieuw wordt verteld?

Misschien is dat uiteindelijk het gevaarlijkste wapen in beide romans: niet wat iemand doet, maar het verhaal dat anderen over hem maken.

En dan begint Memento

Een man zonder verleden. Mats is daar op een bizarre manier eindelijk vrij. Hij weet niet dat hij Mats is. Hij leeft als David.

En daardoor ontstaat de grote paradox van Memento: de man die in Geen Verweer voortdurend wordt gedefinieerd door anderen, heeft nu geen toegang meer tot de verhalen waarmee zij hem definieerden.

Hij bezit zijn verleden niet meer. Maar zijn verleden bezit hém evenmin. Tot Francesca begint te graven.

Wanneer zij hem vertelt dat zijn echte naam Mats is, reageert zijn lichaam voordat zijn geheugen dat kan. De naam Hanna heeft eerder al hetzelfde veroorzaakt. In zijn dromen ontstond zelfs een mantra: ‘Hanna en Mats’. Vervolgens schrijft hij in zijn schrift dat hij wil weten of Hanna ooit zijn partner is geweest.

Dat is prachtig gevonden. Het verstand weet niets. Het lichaam blijkbaar wel iets.

En Memento stelt daarmee een vraag waarop het boek verstandig genoeg geen eenvoudig antwoord geeft: waar bevindt liefde zich wanneer de herinnering eraan verdwenen is?

Francesca wordt de lezer

Francesca krijgt ondertussen een fascinerende positie. Zij probeert het verleden te reconstrueren uit documenten, getuigenissen en brieven. Daarmee doet ze feitelijk hetzelfde als wij.

Ook zij leest Geen Verweer opnieuw. Alleen leest zij geen roman die netjes afgesloten op een boekenplank staat. Zij leest materiaal waarvan de consequenties naast haar rondlopen in de gedaante van David/Mats.

En de reconstructie wordt steeds ongemakkelijker. Een getuige schrijft dat hij na gesprekken met Hanna’s ouders, broer, schoonzus en ex-man tot de conclusie kwam dat Mats niet had gelogen. Integendeel: Mats zou de zwartste gebeurtenissen juist hebben verzwegen. De familie had zich vanaf het begin tegen hem gekeerd; er waren anonieme brieven, politie-interventies en doodsbedreigingen geweest. Tegelijk staat er iets nóg tragischer: Hanna verzoende zich uiteindelijk weer met haar familie, terwijl Mats wegdreef.

Daar breekt de spiegel tussen beide boeken. Want de Hanna die in Geen Verweer zegt dat ze Mats niet voor haar familie zal opgeven, is niet dezelfde Hanna die Memento ons uiteindelijk laat lezen.

Of preciezer: ze is wel dezelfde vrouw. En juist dát doet pijn.

De brief

Want dan komt Hanna’s brief. Mats heeft geen herinnering aan Hanna. Hanna heeft er te veel. En waar je misschien een liefdesverklaring, schuldgevoel, spijt of verlangen naar hereniging verwacht, kiest zij voor afstand. Ze schrijft dat het misschien maar goed is dat hij zijn geheugen kwijt is — voor hem, maar vooral voor haar. Ze hoopt dat hij in Rome blijft, onder zijn nieuwe naam verder leeft en nooit langskomt. Zelfs het mooiste of beste wil ze hem niet wensen, omdat zelfs woorden opnieuw nabijheid zouden kunnen scheppen. 

Dat is hard.

Maar interessanter dan de vraag of Hanna daarmee sympathiek of onsympathiek wordt, is een andere vraag: waarom moet zij Mats op afstand houden?

Want afstand hoef je niet zo nadrukkelijk te creëren tot iemand die niets meer voor je betekent.

Hanna’s brief leest daardoor paradoxaal genoeg óók als een liefdesbrief — maar dan als een negatieve afdruk ervan. Alles wat ooit nabijheid was, wordt zorgvuldig omgekeerd.

Niet komen. Niet herinneren. Niet terugkeren. Niet opnieuw beginnen.

Vergeten wordt haar laatste verdedigingslinie.

En dan Mira

Memento maakt het Hanna bovendien moeilijk door een andere stem alsnog te laten spreken. 

Mira erkent dat zij Mats heeft afgekeurd, dat jaloezie een rol speelde en dat ze de verliefdheid tussen Hanna en Mats niet kon aanzien. Ze schrijft zelfs dat ze Hanna’s onverzettelijkheid bewonderde, maar zich er juist tegen verzette en de familie in dat verzet meenam. En uiteindelijk schrijft ze onomwonden dat Hanna Mats heeft laten vallen en voor haar familie heeft gekozen.

Daarmee gebeurt iets literair interessants.

Memento geeft Mats niet simpelweg zijn geheugen terug. Het geeft hem andermans herinneringen. En die zijn onderling tegenstrijdig.

Dat maakt het boek interessanter dan wanneer David op een ochtend wakker zou worden en alles ineens weer wist. Een hersteld geheugen zou misschien antwoorden geven. De brieven geven interpretaties. En interpretaties geven zelden rust.

Judas hangt aan de muur

Een beeld dat daarom bij mij blijft hangen, is het schilderij van de Judaskus. Mats/David ziet Christus en Judas: een omhelzing en een kus die eruitzien als liefdevolle begroeting, maar in werkelijkheid verraad betekenen.

Dat beeld past bijna te goed bij beide romans. Wie houdt van wie? Wie verraadt wie? Wanneer wordt bescherming bemoeienis? Wanneer wordt familiebezorgdheid manipulatie? Wanneer wordt verzoening verraad? 

En misschien nog ongemakkelijker: kan iemand uit liefde iets doen wat door de ander als verraad wordt ervaren?

Geen Verweer lijkt die vragen nog relatief helder te beantwoorden. In Memento worden ze troebeler. Want inmiddels weten we iets wat we in de eerste roman nog konden vergeten: iedereen vertelt zijn eigen verhaal.

Memento mori

En dan krijgt de titel van het tweede boek gewicht. Memento betekent: gedenk, herinner je.

Maar deze roman laat juist een man zien voor wie vergeten misschien een zegen is. Niet toevallig staat boven een gedeelte La benedizione dell’oblio — de zegen van het vergeten. Daarna vraagt Francesca zich expliciet af of zij de giftige brieven en Hanna’s verhaal moet blijven herinneren of juist moet proberen alles te vergeten. Kan een mens eigenlijk bewust kiezen tussen herinneren en vergeten? 

Daar raakt Memento voor mij zijn diepste laag. Wij zeggen graag dat herinneringen ons maken tot wie wij zijn. Maar wat als herinneringen ons verhinderen te worden wie we nog kunnen zijn? Dan kantelt memento mori — gedenk dat je zult sterven — bijna vanzelf naar het veel levenslustiger:

Memento vivere.

Vergeet niet te leven. En ineens blijken Geen Verweer en Memento twee kanten van dezelfde gedachte. In Geen Verweer proberen Hanna en Mats hun liefde te redden door te vechten tegen wat anderen ervan maken. In Memento moet Mats misschien gered worden van diezelfde strijd door haar juist niet meer te voeren.

Misschien is dát het echte verweer

Aan het einde blijf ik daarom niet met de vraag zitten of Hanna en Mats weer bij elkaar moeten komen. Dat zou bijna te eenvoudig zijn. Ik blijf met een veel interessantere vraag zitten: Als Mats alles zou kunnen terugkrijgen — zijn naam, zijn geschiedenis, Hanna, de pijn, het onrecht, zijn gelijk — zou hij dat dan moeten willen?

Francesca biedt hem iets wat Hanna hem ooit ook bood: een mogelijkheid om zichzelf opnieuw te worden. Alleen is er een wezenlijk verschil. Bij Hanna moest Mats zich steeds verdedigen tegen het verleden en tegen haar familie. Bij Francesca bestaat ten minste de mogelijkheid dat hij niet hoeft terug te keren naar wie hij was.

Misschien is dat de uiteindelijke ironie van deze twee romans. In Geen Verweer denken we dat Mats’ tragedie is dat hij zich onvoldoende kan verdedigen tegen wat hem wordt aangedaan. 

Na Memento kun je het tegenovergestelde denken: misschien begint zijn redding pas wanneer hij besluit dat hij zich helemaal niet meer hoeft te verdedigen.

Niet omdat het verleden onwaar was. Niet omdat Hanna onbelangrijk was. Niet omdat het aangedane leed vergeten moet worden. Maar omdat een mens ook het recht heeft om méér te zijn dan alles wat hem is overkomen.

Memento mori? Ja.

Maar vooral: Memento vivere.

En misschien is leven uiteindelijk het enige verweer waartegen het verleden geen antwoord heeft.

Column op basis van twee romans: ‘Geen Verweer’ (2022) en ‘Memento. (2024)