FLIRT DAN, LAFAARD

Ik heb twee boeken gelezen. Flirt met mij en Als de moed ontbreekt.

Dat moet je op mijn leeftijd niet te snel achter elkaar doen.

Daar krijg je vragen van: Over de liefde. Over het leven. Over gemiste kansen. Over wat er nog komt. En vooral over wat er godzijdank niet meer komt.

In Flirt met mij gaat een man naar Dublin omdat zijn huwelijk naar de kloten is. Dat heet tegenwoordig een zoektocht naar jezelf. Vroeger noemden we dat gewoon: je vrouw is weg en je hebt een vliegticket gekocht. Hij komt aan in Ierland, kijkt in spiegels, drinkt Guinness, luistert naar straatmuzikanten en denkt na. Vooral dat laatste. Veel. Heel veel.

Deze man kan niet langs een bushokje lopen zonder zich af te vragen of het bushokje misschien symbool staat voor zijn emotionele stilstand. En toch begreep ik hem. Dat was het irritante. Want onder al dat gepeins zit eigenlijk één doodsimpele schreeuw: zie mij. In Dublin ontdekt hij dat een glimlach soms voldoende is om er eentje terug te krijgen. Hij flirt en krijgt iets terug.

Revolutionair. Daar hebben wij mannen dus een heel leven voor nodig. Vrouwen weten dit volgens mij vanaf hun veertiende. Wij ontdekken het rond ons zestigste, meestal tijdens een stedentrip, met een rugzak, slechte wandelschoenen en prostaatmedicatie in het zijvak. 

En dan komt Maureen. Natuurlijk heet ze Maureen. In Ierland kun je niet verliefd worden op een vrouw die Ingrid heet. Dan kun je net zo goed naar Zoetermeer. Er wordt gedanst. Er zijn handen. Billen zelfs. Er wordt gefluisterd. Gezoend. Onze held noemt zichzelf in het Engels Conrad, wat ik persoonlijk al een  bewonderenswaardige vorm van zelfvertrouwen vind. En ondertussen denk je als lezer: jongen, geniet nou gewoon.

Maar nee. Er moet gedacht worden. Aan vroeger. Aan relaties. Aan lichamen. Aan levensliederen. Zelfs tijdens het zoenen. Dat is knap. Ik heb tijdens het zoenen doorgaans intellectueel ongeveer het niveau van een labrador. 

Maar dan lees je Als de moed ontbreekt en begrijp je waarom dat denken niet ophoudt. Want daar wordt het serieuzer. De liefde is gevonden, maar daarmee begint het gelazer pas. Dat vertellen ze je nooit in romantische films. Die stoppen bij de kus. Heel verstandig. Niemand wil Julia Roberts drie jaar later zien ruziën over wie de vaatwasser verkeerd heeft ingeruimd.

In het tweede boek gaat het over iets veel ingewikkelders dan verliefd worden: durven blijven. Durven vertrouwen. Durven kiezen. Durven geloven dat je, nadat je een leven lang zorgvuldig een emotionele bunker hebt gebouwd, misschien toch dat lullige deurtje open moet zetten.

Maureen schrijft dat ze kijkt naar mensen die al tientallen jaren samen zijn. Mensen die elkaars verhalen kennen, elkaar onderbreken omdat ze weten hoe de anekdote afloopt. Ze noemt ze prachtig: getuigen van elkaars leven. Dat vond ik een mooie gedachte. Vervelend mooi zelfs. Want daar kun je geen grap over maken. Dus dat doe ik toch.

Na veertig jaar huwelijk ben je inderdaad getuige van elkaars leven. Maar meestal ook kroongetuige. 

‘Uw man beweert dat hij de vuilniszak niet naast de container heeft gezet.’

‘Edelachtbare, ik woon 38 jaar met die man. Hij liegt.’

Maar Maureen wil precies dát. Niet alleen verliefd zijn. Ze wil samen oud worden. Samen slapen, wakker worden, elkaars verleden kennen en toch besluiten dat er toekomst over is.

 En daar zit volgens mij de verbinding tussen die twee boeken. Flirt met mij zegt: zie mij. Als de moed ontbreekt vraagt: durf je me te blijven zien?

Dat tweede is aanzienlijk enger. Flirten is makkelijk. Je kijkt iemand aan. Je glimlacht. Je krijgt een glimlach terug. Klaar. Desnoods bestel je daarna een Guinness. 

Maar iemand werkelijk toelaten?

Die ziet alles. Niet alleen je mooie verhalen. Ook je angst. Je lafheid. Je ijdelheid. Je verleden. Je kinderen. Je ex. Je rare gewoontes. En waarschijnlijk dat je ’s nachts drie keer moet plassen. 

Dat is liefde op latere leeftijd. Geen vlinders. Vlinders zijn voor jongeren. Op latere leeftijd ben je al blij als alle organen die er horen te zitten nog ongeveer op hun oorspronkelijke plaats zitten.

En toch zit er in beide boeken iets optimistisch wat mij tegenstaat. Namelijk dat een mens opnieuw kan beginnen. Niet door zijn verleden uit te wissen. Dat lukt de hoofdpersoon in Flirt met mij ook niet. Hij kijkt in Dublin letterlijk naar zijn spiegelbeeld en beseft dat hij zijn rug naar het verleden kan keren, maar er niet vanaf komt. 

Dat is volgens mij de hele truc. Je hoeft je verleden niet kwijt. Je moet alleen voorkomen dat het vooroploopt. En misschien is moed uiteindelijk niets anders dan dat. Niet onbevreesd zijn.

Maar bang zijn en tóch bewegen.

Desnoods naar Dublin. Desnoods naar Maureen. Desnoods naar iemand die zegt: flirt met mij. 

En dan maar hopen dat ze daarna niet zegt: ‘Ik bedoelde iemand anders.’

Column op basis van ‘Flirt met mij’ en ‘Als de moed ontbreekt’.