
Een hand op mijn schouder, gevolgd door een vol glas, gevolgd door een naam. Ik kijk op en kijk in groene ogen. Groene ogen liggend in een fraai gevormde schedel, omhuld met een lichte huid, sproeten, wimpers en haar dat bij Ierland hoort. Dearbhail is de naam, die wordt herhaald. Ik noem mijn naam, de roodharige vrouw lacht. Ik vraag of ze me Conrad wil noemen.
Zij vraagt waar ik vandaan kom, wat ik schrijf, waarom ik schrijf, met wie ik in Dublin ben.
Ik vraag waar ze van vandaan komt, vertel over wat ik schrijf, waarom ik schrijf, vraag haar naam, vraag of ze die naam wil opschrijven, vraag of ik haar naam wel goed uitspreek. Lastig blijf ik haar naam vinden. Ik vraag Dearbhail of haar naam een betekenis heeft. Er komt een heel verhaal. Ik begrijp iets van oude verhalen, mythologische figuren, Ierse geschiedenis en dat haar naam waar verlangen zou betekenen.
Ik vertel, dat mijn naam heldhaftige krijger betekent. Er wordt gelachen, getoast en er zijn meer verhalen, meer vragen, interesse. Dearbhail bekijkt de foto’s op mijn Canon, ik bekijk haar foto’s op haar Samsung. Via de fotobeelden laten wij elkaar voorzichtig een kijkje nemen in elkanders leven. Het gesprek wordt persoonlijker. Ik haal voor ons beiden nog een Guinness. Ik volg haar verstandige tip en bestel een klein glas.
Ik zet de glazen op het midden van het tafeltje, draai de afbeelding, de harp van Guinness, naar ons toe. De samenzang vangt aan, de dans begint. Nu met, en ik herken de woorden,
In good times and bad times
in sickness and health
may they know that riches are no need for wealth
Dearbhail wil plotseling afscheid nemen. Een snel afscheid zegt ze. Ze vertelt, dat ze geen adressen wisselt, dat het hierbij moet blijven en dat ze in verwarring is. Ze moet naar huis, naar een leven waaruit ze niet kan ontkomen, naar haar kinderen. Een strakke omhelzing, een zoen, een laatste slok bier, nog een zoen.
Het laatste bier blijft in haar glas. Voor wie en wanneer ooit.
